Voor het werken in een besloten ruimte gelden concrete verplichtingen, en het toezicht daarop is er één van. De eisen aan een mangatwacht volgen niet uit een aparte functiebeschrijving in de wet, maar uit de verplichting tot permanente observatie en directe hulpverlening in artikel 3.5g van het Arbobesluit.
In dit artikel leest u wat de wet precies zegt, waarom er geen wettelijke definitie van een besloten ruimte bestaat, welke grenswaarden gelden en welke eisen daaruit volgen voor de mangatwacht en voor u als werkgever. Wilt u eerst weten wat de functie inhoudt? Lees dan wat een mangatwacht is en doet.
De Arbowet zelf noemt besloten ruimtes niet apart. De wet verplicht de werkgever in artikel 5 tot een risico-inventarisatie en -evaluatie en in artikel 3 tot het treffen van maatregelen. De concrete regels staan een niveau lager, in het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Het artikel dat het dichtst bij de mangatwacht komt, is Arbobesluit artikel 3.5g. Dat artikel is opgebouwd in vier stappen:
Lid 1. Als vermoed kan worden dat de atmosfeer gevaar oplevert voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie, betreedt de werknemer die ruimte niet voordat uit onderzoek is gebleken dat het gevaar niet aanwezig is.
Lid 2. Blijkt dat gevaar wél aanwezig, dan worden doeltreffende maatregelen genomen zodat de ruimte zonder die gevaren betreden kan worden.
Lid 3. De wet geeft grenswaarden waarbij het gevaar in ieder geval aanwezig is (zie de volgende sectie).
Lid 4. Zijn die maatregelen niet mogelijk en is betreden noodzakelijk, dan wordt de werknemer permanent geobserveerd en zijn er maatregelen om hem te beschermen en bij direct gevaar onmiddellijk hulp te bieden.
Lid 4 is het scharnierpunt. Daar staat de mangatwacht in, zonder dat het woord valt. De wet schrijft geen functietitel voor, maar wel een resultaat: permanente observatie plus de mogelijkheid tot onmiddellijke hulp. Wie dat resultaat niet kan leveren, voldoet niet, hoe de rol ook heet.
Nee, de term "besloten ruimte" komt in de Arbowet en het Arbobesluit niet voor. Dat verrast veel mensen, omdat de term in de veiligheidsbranche overal wordt gebruikt. De wet spreekt uitsluitend over een plaats of ruimte waar gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie.
De definitie die in de praktijk wordt gehanteerd komt uit twee andere bronnen:
Arbo-informatieblad AI-5, dat een besloten ruimte omschrijft als een gesloten of deels open omgeving met een al dan niet vernauwde toegang, die niet is ontworpen voor het verblijf van personen en waar risico's voor veiligheid en gezondheid kunnen optreden.
De Richtlijn Besloten Ruimten van de Nederlandse Arbeidsinspectie, die daar de elementen beperkte toegankelijkheid en mogelijk gevaar door verstikking, vergiftiging, brand of explosie aan toevoegt.
Waarom is dat onderscheid meer dan een juridisch detail? Omdat het de vraag verschuift. Bij een inspectie is niet relevant of een ruimte het label besloten ruimte draagt, maar of u kon vermóeden dat de atmosfeer gevaarlijk was en welke maatregelen u daarop hebt getroffen. Een ruimte die niet op uw lijstje staat, valt daarmee niet buiten de wet.
Artikel 3.5g lid 3 van het Arbobesluit maakt expliciet wanneer het gevaar in ieder geval aanwezig is:
Gevaar | Grenswaarde volgens Arbobesluit 3.5g lid 3 |
Verstikking | Atmosfeer bevat minder dan 18 volumeprocent zuurstof |
Brand of explosie | Zuurstofconcentratie hoger dan 21 volumeprocent, of brandbare gassen of dampen boven 10 volumeprocent van de onderste explosiegrens (LEL) |
Bedwelming of vergiftiging | Concentratie van de desbetreffende stof hoger dan de grenswaarden uit artikel 4.3 |
De normale buitenlucht bevat ongeveer 21 volumeprocent zuurstof. De marge tussen veilig en wettelijk onveilig is dus klein en met het oog niet vast te stellen. Dat is de reden dat gasmeting geen formaliteit is maar de basis van de hele procedure: zonder meting weet niemand aan welke kant van die grens de ruimte zit.
Voor de mangatwacht volgt hieruit een concrete eis. Hij moet niet alleen een gasmeter kunnen aflezen, maar ook weten wat 17,6 procent zuurstof of 12 procent LEL betekent voor de vraag of het werk doorgaat.
De belangrijkste gevaren zijn zuurstoftekort, giftige of explosieve gassen en beperkte vluchtmogelijkheden. Wat deze risico's bijzonder maakt, is de combinatie: ze ontstaan onzichtbaar, ze ontwikkelen zich snel en ze tasten juist het vermogen aan om ze zelf te herkennen.
Concreet gaat het om:
Zuurstofverdringing door gassen die zwaarder zijn dan lucht, bijvoorbeeld bij het gebruik van stikstof of CO2
Toxische gassen uit restanten in tanks en leidingen, waaronder waterstofsulfide, dat bij hogere concentraties het reukvermogen juist uitschakelt
Explosiegevaar bij brandbare dampen boven 10 procent van de onderste explosiegrens
Zuurstofverbruik door chemische processen zoals roesten of het uitharden van coating, waardoor een ruimte die gisteren veilig was dat vandaag niet meer is
Beperkte vluchtwegen, waardoor zelfredzaamheid en redding allebei moeilijker worden
Beknelling of bedolven raken door instortend materiaal, bijvoorbeeld in silo's met stortgoed
Het punt dat vaak wordt onderschat is het vierde. Een gasmeting is een momentopname. Daarom eist de wet niet alleen onderzoek vooraf, maar permanente observatie tijdens het werk.
De eisen uit de wet krijgen pas betekenis in een werkbare volgorde. Zo ziet die eruit:
RI&E en taakrisicoanalyse. De werkgever brengt de risico's van de specifieke ruimte in kaart, inclusief wat er eerder in de ruimte heeft gezeten. Verplicht op grond van Arbowet artikel 5.
Maatregelen aan de bron. Ruimte leegmaken, drukvrij en spanningsvrij maken, afsluiten van toevoerleidingen, ventileren. Doel: het gevaar wegnemen in plaats van beheersen (Arbobesluit 3.5g lid 2).
Gasmeting vóór betreding. Zuurstof, explosiegevaar en toxische componenten meten, op verschillende hoogtes in de ruimte. Resultaat vastleggen.
Betredingsvergunning. Vastleggen wie naar binnen gaat, hoe lang, met welke middelen en onder welk toezicht, plus wie het werk kan stilleggen.
Permanent toezicht tijdens het werk. De mangatwacht blijft op post, houdt contact volgens een vast interval en herhaalt of monitort de metingen (Arbobesluit 3.5g lid 4).
Redding voorbereid, niet geïmproviseerd. Middelen paraat, procedure bekend bij alle betrokkenen, geen betreding door de wacht zelf tenzij het niet anders kan.
Vrijgave. Werk is pas afgerond als de laatste werker de ruimte uit is en dat is bevestigd en vastgelegd.
Stap 6 is de stap die in de praktijk het vaakst ontbreekt. Reddingsmiddelen die ergens in de bus liggen, zijn geen reddingsmiddelen.
Uit het bovenstaande volgt een korte, harde lijst. Per eis staat waar die uit voortkomt:
Eis aan de mangatwacht | Wettelijke of praktische grondslag | Hoe De Groot Brandwachten dit invult |
Permanent aanwezig zolang iemand binnen is | Arbobesluit 3.5g lid 4 | Post wordt niet verlaten, vervanging altijd via overdracht |
Onmiddellijk hulp kunnen bieden bij direct gevaar | Arbobesluit 3.5g lid 4 sub b | Rijksgediplomeerde brandwachten |
Gasmetingen kunnen interpreteren, niet alleen aflezen | Arbobesluit 3.5g lid 3 | Cursus Gasmeten manschapwacht, naast het Rijksdiploma Brandwacht Manschappen A |
Reddingsprocedures voor besloten ruimtes beheersen | Arbobesluit 3.5g lid 4 sub a | Samenwerking met eigen confined space rescue team |
Risico’s van de specifieke ruimte kennen | Arbowet artikel 5, RI&E | Vooraf afstemming over aard en historie van de ruimte |
Onafgebroken communiceren met de werker binnen | Uitwerking permanente observatie | Vast contactinterval, vastgelegd in de werkafspraken |
Werk kunnen stilleggen | Arbobesluit 3.5g lid 1 en 2 | Bevoegdheid expliciet belegd bij de brandwacht |
Let op de laatste rij. Toezicht zonder de bevoegdheid om het werk stil te leggen, is toezicht op papier. Leg die bevoegdheid vast voordat de eerste werker naar binnen gaat, niet op het moment dat de meter afgaat.
De werkgever. De Arbowet legt de zorgplicht bij de werkgever, en dat verandert niet als het toezicht wordt ingehuurd. U kunt de uitvoering uitbesteden, niet de verantwoordelijkheid.
Dat betekent in de praktijk twee dingen. U moet kunnen aantonen dat de RI&E is uitgevoerd en dat de maatregelen daarop zijn gebaseerd. En u moet kunnen aantonen dat het toezicht dat u inhuurde dóeltreffend was, dus dat de persoon buiten daadwerkelijk kon ingrijpen. Een aanwezige wacht zonder kennis van reddingsprocedures voldoet niet aan artikel 3.5g lid 4, hoe lang hij er ook staat.
Werkt u met een externe partij, leg dan vooraf schriftelijk vast wie meet, wie vastlegt, wie mag stilleggen en wie de redding coördineert.
Wilt u een mangatwacht inhuren die aan deze eisen voldoet? De Groot Brandwachten zet uitsluitend gecertificeerde brandwachten in bij besloten ruimtes, met de bevoegdheid om het werk stil te leggen als de metingen daar aanleiding voor geven. Dat maakt van het toezicht een maatregel die de toets van artikel 3.5g doorstaat, in plaats van een aanwezigheid die op papier klopt.
Voor situaties waarin één wacht niet volstaat, leveren wij ook gasmeetdeskundigen, gasmeting en een confined space rescue team. Bereikbaar 24/7, inzetbaar in heel Nederland.
Wilt u laten toetsen of uw huidige werkwijze bij besloten ruimtes aan de eisen voldoet? Bel 078 645 2257 of vraag een offerte aan.
De wet verplicht niet tot een mangatwacht als functie, maar wel tot permanente observatie en de mogelijkheid van onmiddellijke hulp wanneer iemand zich in een gevaarlijke atmosfeer moet begeven (Arbobesluit 3.5g lid 4). Blijkt uit de RI&E dat dat gevaar er is, dan is toezicht dus verplicht. Een mangatwacht is in de praktijk de manier waarop bedrijven daaraan voldoen.
Het Arbobesluit noemt geen verplicht certificaat voor deze rol, anders dan bij bijvoorbeeld de gasdeskundige bij tankschepen (artikel 3.5h), waar wel een certificaat van vakbekwaamheid is voorgeschreven. Bij De Groot Brandwachten is elke mangatwacht gecertificeerd. Zie diploma's en certificeringen voor het volledige overzicht.
Dan mist u de wettelijk vereiste permanente observatie. Bij een ongeval betekent dat een aansprakelijkheidsrisico en mogelijk een boete van de Nederlandse Arbeidsinspectie. Het praktische risico is groter: zonder toezicht van buiten wordt een zuurstoftekort pas opgemerkt als de werker al niet meer kan reageren.
Nee. De eis is niet aanwezigheid maar doeltreffend toezicht met de mogelijkheid tot onmiddellijke hulp. Iemand die de metingen niet kan interpreteren of de reddingsprocedure niet kent, kan die hulp niet bieden en voldoet dus niet aan artikel 3.5g lid 4.
De wet geeft geen vast interval, maar eist wel dat de observatie permanent is. Omdat een gasmeting altijd een momentopname is en de atmosfeer tijdens het werk kan veranderen, wordt in de praktijk continu gemonitord of met vaste intervallen herhaald. Leg het gekozen interval vast in de betredingsvergunning.
De mangatwacht houdt toezicht tijdens het werk. De gasmeetdeskundige beoordeelt de atmosfeer en geeft een onderbouwd oordeel over de vraag of betreden verantwoord is. Bij complexe of onbekende ruimtes zijn dat twee verschillende personen met twee verschillende rollen.